Tbs geëist tegen Armin A.: ‘Patroon van relaties met kwetsbare meisjes’

05.08.2019 -

Tbs geëist tegen Armin A.: ‘Patroon van relaties met kwetsbare meisjes’

Eis
Tegen cliënt Armin A. van tbs-advocaat Jan-Jesse Lieftink is op donderdag 1 augustus 2019 vier jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist.

Spookbeeld
Volgens zijn raadsman Jan-Jesse Lieftink een veel te hoge eis. Lieftink betoogde voor de Maastrichtse rechtbank dat er in het dossier een soort van spookbeeld over Armin wordt gecreëerd. Dat beeld staat echter in geen verhouding tot de aan hem ten laste gelegde feiten waar de rechtbank over moet oordelen.

Feiten
Armin A. zou zich schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling van zijn ex-vriendin. Voor de aan hem ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn ex-vriendin zou hij volgens de in tbs-gespecialiseerde advocaat moeten worden vrijgesproken. Het meisje zou volgens Lieftink vrijwillig bij hem in de auto zijn gestapt. Ook was er absoluut geen sprake van een van te voren afgesproken plan om wraak op zijn ex te nemen, omdat zij kort daarvoor met de politie zou hebben gesproken. Wel bekend Armin dit meisje te hebben mishandeld.

Geen TBS
Armin was onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Zij kwamen tot de conclusie dat er sprake was van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een probleem in het alcoholgebruik. Ze konden alleen de doorwerking van deze stoornissen in de ten laste gelegde feiten lastig vaststellen vanwege het onduidelijke delictsscenario. Wel stelt het Pieter Baan Centrum dat een antisociale persoonlijkheidsstoornis niet dwingenderwijs tot een doorwerking hoeft te leiden bij strafbaar gedrag en derhalve niet vanzelfsprekend leidt tot een advies van vermindering van de toerekening. Om die reden zouden de aan cliënt ten laste gelegde mishandeling en een eventuele vrijheidsberoving aan hem kunnen worden toegerekend. Hoewel juridisch niet onmogelijk, ligt een tbs-maatregel dan niet voor de hand. Temeer omdat de feiten, de mishandeling en een vrijheidsberoving, in dit geval ook niet ernstig genoeg zijn om een tbs met dwangverpleging te rechtvaardigen. Lieftink heeft de rechtbank verzocht om aan cliënt, mocht de rechtbank overgaan tot een bewezenverklaring voor alle feiten waaronder ook nog drugshandel en diefstal (die feiten konden, vond ook de officier van justitie, ook aan cliënt worden toegerekend), een celstraf voor de duur van 36 maanden op te leggen. In het VI-gedeelte van die celstraf zou hij dan kunnen werken aan zijn alcoholproblematiek.

Uitspraak
De rechtbank Maastricht doet uitspraak op 15 augustus 2019 vanaf 13:00 uur.

>
<