Sommige verkrachters zijn niet te behandelen

30.03.2019 -

Strafmaat Recidivisten Verkrachters met hun hoofd vol agressieve fantasieën recidiveren vaak. Wat moet de samenleving met hen doen?

Acht op de tien verkrachters (86 procent) plegen na hun veroordeling opnieuw een misdrijf. Dat kan van alles zijn: diefstal, mishandeling, rijden onder invloed, een overval. Eén op de vier verkrachters (24 procent) gaat na zijn veroordeling opnieuw verkrachten. Michael P. bijvoorbeeld, de man die in september 2017 Anne Faber van haar fiets trok, verkrachtte, martelde en doodde, en haar lichaam twee weken lang verborg. Zeven jaar eerder had hij ook al twee jonge meisjes uit Nijkerk verkracht, met veel sadistisch geweld.

De recidivecijfers komen uit onderzoek van Arjan Blokland, een oud-politieagent die nu bijzonder hoogleraar criminologie is aan de Universiteit Leiden en onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. Hij deed onderzoek naar de criminele loopbanen van 500 Nederlandse mannen die eind jaren zeventig werden veroordeeld voor een zedendelict. Hij zegt: „De meeste verkrachters moorden niet. En de meeste verkrachters recidiveren niet.”

De mannen die dat wél doen, verkrachten én moorden, dat zijn de uitzonderingen, de extremen. Maar wel extremen, zegt hij, die ons beeld van verkrachters bepalen: engerds die uit de donkere bosjes tevoorschijn springen en zich op hun prooi storten. Dat vindt hij dus niet terecht. „Veel verkrachters zijn bekenden van hun slachtoffers, ze maken misbruik van de gelegenheid.”

Opportunistische verkrachters

De vraag is wat een samenleving aan moet met die extreme gevallen. Voorgoed opsluiten? Of na behandeling toch weer loslaten? Arjan Blokland: „Sommige delinquenten zijn zo beschadigd dat behandelaars maar weinig met ze kunnen. Die moet je buiten de maatschappij houden.”

Hjalmar van Marle, hoogleraar forensische psychiatrie in Rotterdam en voorheen geneesheer-directeur van het Pieter Baan Centrum in Utrecht, maakt ook onderscheid tussen wat hij de ‘opportunistische verkrachters’ noemt en verkrachters als Michael P., de predators, roofdieren die loeren op een prooi. „De opportunisten”, zegt hij, „zijn de antisociale jongens met stereotype ideeën over meisjes die zich na een popconcert in de duinen vergrijpen aan het meisje waar ze op dat moment mee zijn. Die moet je hard straffen en dan weten ze vaak wel dat ze dat voortaan beter uit hun hoofd kunnen laten. Maar die andere groep, dat zijn de mannen met hun hoofd vol gewelddadige seksuele fantasieën over vrouwen die ze graag ten uitvoer brengen en daarvoor heel planmatig te werk gaan. Ze maken ensceneringen en vrouwen moeten daarin van alles doen, vaak langdurig. Die mannen zijn veel gevaarlijker, ook omdat ze hun gedachten verborgen houden. Ze doen alles alleen en praten er met niemand over.”

Zijn ze te behandelen? „Moeilijk”, zegt hij. Moeilijk of niet? „Een aantal mannen”, zegt hij, „is niet te behandelen. Die blijven gevaarlijk, wat je ook doet en hoe goed ze zich ook lijken te gedragen. Die moet je levenslang op de longstay houden.” Het zijn de uitzonderingen, zegt hij. In Nederland verblijven op dit moment ongeveer 230 mannen langer dan vijftien jaar zonder vrijheden in een tbs-kliniek en circa 80 in de longstay, meest seksuele delinquenten. ...

>
<